Tino Crabbé (KFC Herent): ‘Jeugdspelers verplicht laten zaalvoetballen’

In tijden van corona leek het ons zéér interessant om het debat aan te gaan over de combinatie veldvoetbal/zaalvoetbal, Marc Grandjean ging praten met enkele coaches in het veldvoetbal.

Naam: Crabbé Tino
Huidige club: T1 KFC Herent, Campeones voetbalkampen: organisatie (spelers vanaf U5 tot en met U12)
Vorige clubs:
Veldclubs: als T1: VK Holsbeek, SNA Keiberg, VC Okselaar. In de jeugd bij SNA Keiberg, HO Testelt en Sportief Rotselaar
Zaalvoetbalclubs: coach beloften ZVL Landen en als T2 van Daniel Van Hamel bij Kaya’s Beringen

“In de provincie Limburg is de combinatie veldvoetbal en zaalvoetbal ingeburgerd. In onze regio zijn heel veel clubs hiervoor niet te vinden. Topcoach Arsène Wenger zei het volgende : “In het zaalvoetbal moet je voortdurend beslissingen nemen. Als je de bal ontvangt, heb je meteen tientallen opties. Je geest werkt als een computer. Hij beseft dat hij eerder in deze situatie heeft gezeten en probeert de juiste oplossing te vinden. In het zaalvoetbal beland je veel vaker in deze situatie en daarom word je zoveel beter.”

1)Zie je zelf, als veldvoetbalcoach, welke spelers een achtergrond hebben in het zaalvoetbal en op welke manier?

Zeker. Het gaat in de meeste gevallen over de meer technische spelers die meester zijn in de 1-1 situatie en op korte ruimte de juiste beslissing nemen. Het zijn de spelers die in kleine wedstrijdjes zich enorm kunnen uitleven. Wat in het hedendaagse voetbal enorm belangrijk is de “counterpress” en dat is natuurlijk bij zaalvoetballers enorm belangrijk omdat er zeer veel omschakelingsmomenten zijn. Hier moet ik wel bijzeggen dat sommige zaalvoetballers in de ploeg niet de juiste mentale weerbaarheid hebben om bij balverlies onmiddellijk de 5” toe te passen maar vooral denken in B+. In het huidige zaalvoetbal kan je dit niet meer veroorloven. Je merkt ook op dat de zaalvoetballers meer ervaring hebben met tactische trainingen en meer discipline hebben bij de systeemtrainingen omdat ze dit al doen bij de zaaltrainingen. Ik ben voorstander van “decision making” (op de juiste moment de juiste beslissing nemen) en dit is bij zaalvoetballers beter ontwikkelt.

2) Zou je jeugdspelers aanraden om de combinatie te maken veldvoetbal en zaalvoetbal en waarom?

Ik ben een enorme voorstander om jeugdspelers verplicht te laten zaalvoetballen. Als je de vraag stelt aan alle voetballers wat ze liefst doen dan antwoorden ze “matchkes spelen”. Vroeger kwamen we van school en gingen op beton voetballen tot het donker werd en daar moesten we in moeilijke omstandigheden (weersomstandigheden) ons telkens aanpassen aan de situatie. De ene keer op een gladde of zonovergoten ondergrond waar je schoen in de teer bleef plakken in een wedstrijdje 2-2 of de andere keer 7-7 met niet het juiste sportmateriaal. Dit deden we ook in combinatie met de veldtrainingen. Tijdens de gouden leeftijd om de basics aan te leren, is dit een zeer belangrijke periode om deze in verschillende omstandigheden aan te leren. We moeten wel rekening houden met de overbelasting van de spelers die in groeispurtfase komen maar hiervoor moet er een goede communicatie zijn tussen speler, veldclub en zaalclub. In plaats van tegen te werken moeten we samenwerken want iedereen gaat er beter van worden. Spelers worden beter door de combinatie en extra training. Veldclub heeft een speler die meer uren traint dus meer progressie gaat maken en de zaalclub heeft een speler die gemotiveerd is en gewoon graag voetbalt. Ik zie het enkel als een “win-win” situatie. Daarom ben ik enorm blij dat de KBVB veel meer aandacht geeft aan het zaalvoetbal. Wel belangrijk is dat het zaalgebeuren op niveau is uiteraard. Het is niet de bedoeling dat een speler die al 5 jaar elke dag voetbalt moet gaan zaalvoetballen met een speler die gewoon komt zaalvoetballen omdat hij indoor een sport kan doen. Differentiatie is ook een belangrijk gegeven in de ontwikkeling van de spelers.

“Bij veel clubs leeft het idee dat de combinatie veldvoetbal en zaalvoetbal niet goed is. Deze clubs vrezen dat het spelen in de zaal meer blessures zou uitlokken. Onderzoek bewijst het tegendeel. Op wisselende ondergronden spelen zou bijdragen tot de ontwikkeling van de spelers op zowel fysiek als mentaal vlak.”

3) Hoe ervaar je dit zelf als coach? Is de mentale en fysieke belasting nadelig voor spelers die de combinatie maken?

Mentaal is het een voordeel want je hebt meer momenten om te doen wat je het liefst doet namelijk wedstrijden spelen. Hoe meer je oefent hoe beter je je gaat voelen en hoe gemotiveerder je gaat zijn. Op fysiek vlak is het belangrijk dat je de verhouding rust t.o.v. arbeid goed respecteert. Goed rusten en gezond eten is zeker zo belangrijk.

4) Welke afspraken maken jullie tussen de clubs en met de spelers onderling om deze belasting te compenseren?

Is momenteel niet van toepassing en spijtig genoeg heb ik dit nooit meegemaakt als jeugdcoach dat er een samenwerking was met een zaalclub. Ik hoop van harte dat dit meer en meer gaat gebeuren.

5) Waarom zou je andere trainers/clubs aanraden om de combinatie veldvoetbal en zaalvoetbal toe te staan?

Het is een “win/win” situatie. Zorg voor een goede communicatie en de speler zal meer progressie maken en dat is voor iedereen een voordeel. Wel belangrijk is natuurlijk de coach die de speler in de juiste context ontwikkelt. Zoals eerder al gezegd is differentiatie enorm belangrijk en moet er op maat getraind worden zowel in zaal als op het veld. De coach dient duidelijk te zijn en moeten een zelfde visie over voetbal hebben zodat de speler de voetbalprincipes duidelijk kan aanleren.

COPYRIGHT FOTO: LUC VERBRUGGEN